Niemandsland en het zenuwstelsel
- Jan 13
- 2 min read

Er zijn tijden waarin het oude niet meer draagt en het nieuwe nog geen naam heeft. Je kijkt achterom en voelt: terug past niet meer. Voor je ligt mist. Je staat in een tussenruimte die ik ook wel Niemandsland noem.
Niemandsland vraagt een eenvoudige, moeilijke kunst: blijven. Aanwezig zijn terwijl er weinig houvast is. En precies daar schuurt het met ons zenuwstelsel.
Ons autonome zenuwstelsel houdt van herkenning. Het ontspant wanneer het weet waar het is, wat er gebeurt, wat de volgende stap is. In Niemandsland vallen die bakens weg. Onzekerheid gaat dan snel aanvoelen als mogelijk gevaar, ook als er niets dreigt.
Het systeem wil spanning verminderen.
Het zoekt richting, betekenis, actie. Het wil het liefst een brug bouwen over de leegte.
Daarom gaan we vaak versnellen. We gaan denken, duiden, plannen. We willen het rond maken, zodat het weer veilig voelt. Dat is geen gebrek aan overgave. Het is biologie, een oud beschermingsmechanisme dat niet van open eindes en onvoorspelbaarheid houdt.
Toch is Niemandsland ook een plek waar iets kan ontstaan dat je niet kunt maken. Wanneer je kunt blijven zonder te verdwijnen en zonder te forceren, krijgt het zenuwstelsel ruimte om zichzelf te herschikken. Tempo zakt. Waarneming wordt fijner. Oude patronen verliezen hun vanzelfsprekendheid, niet met geweld, eerder door uitdoving in stilte.
Het lichaam is hier een betrouwbaarder metgezel dan het hoofd. Het geeft geen antwoorden, het bewaart timing. Adem die dieper wordt. Spanning die even zichtbaar mag zijn. Warmte, trilling, verstilling. Soms veel, soms niets. Ook dat niets hoort erbij.
Samen in Niemandsland is dit nog duidelijker. Zenuwstelsels stemmen op elkaar af. Dat kan dragen, en het kan blootleggen hoe snel we geneigd zijn te redden, te sturen of te verklaren. Een veld in Niemandsland vraagt daarom mensen die zichzelf kunnen dragen en het geheel meedragen. Mensen die weten: dit proces is nooit af, zolang je leeft.
Niemandsland is de plek waar je even zonder verhaal bent. Waar het leven nog niet af is. Waar ruimte is voor het ontstaan van nieuwe patronen. Waar je niet hoeft te weten om waar te zijn. Soms beweegt er iets. Soms blijft het stil. In beide kan iets zachts terugkeren: vertrouwen in het tempo van ontwikkelen.




