Praktijk voor therapie, coaching & training
                                                    Ont-wikkelen in verbinding met je  ?

Pedagogie & Persoonlijke ontwikkeling & Talent ontwikkeling

blog

Valkuilen in de supermarkt...

Geplaatst op 7 maart, 2017 om 15:50

Boodschappen doen. Wat vroeger, toen je nog kindarm was, een eenvoudig rondje supermarkt was, is nu tot een hindernisbaan vol valkuilen verworden. Hoe komt het toch dat je kind in deze omgeving precies weet te doen wat jij niet wilt, overal aankomt, door de hele winkel heen rent, krijsend op de grond ligt en vooral niet luistert.

Een aantal valkuilen en mogelijke handreikingen… Bekijk het eens vanaf de kant van je kind 8)

 

Tijdstip

Kinderen hebben ’s morgens de meeste energie. Dan zijn ze het meest uitgerust en nog niet overprikkeld. Dan is dus de beste tijd om boodschappen te gaan doen. Hoe later op de dag hoe vermoeider kinderen worden van alle inspanningen en indrukken die ze opdoen en hoe korter de spanningsboog. Vergelijk het maar met een emmer die zich langzaam vult met prikkels, inspanning etc., totdat hij vol is en overloopt. Op het moment van overlopen wil je liever niet in de supermarkt zijn…

 

Als je samen met je kind boodschappen gaat doen, probeer dan je supermarktbezoek zo te plannen dat het voor je kind te handlen is. Ga aan het begin van de dag en niet aan het eind van de dag als je moe en wat gehaast uit je werk komt…

 

Prikkels

Een bezoek aan de supermarkt is zeer (in)spannend voor een kind. Prikkels uit de supermarkt als

~veel mensen,

~veel kleuren,

~alles op grijphoogte,

~veel lekkers,

~nergens aan mogen komen,

~muziek,

~bedrijvigheid etc.

zijn overweldigend. Een kind dat al vol zit van de indrukken van die dag zal snel overprikkeld raken in deze omgeving. Door het wereldbeeld dat jonge kinderen hebben (zie blogs april 1+2) kunnen zij nog geen onderscheid maken tussen wat van hen is en wat de buitenwereld is; alles is één. Combineer dat met er al opgedane ervaringen van die dag en je hebt de ideale ‘laatste druppel’, die de emmer doet overlopen! Een huilend, krijsend ‘boos’ kind dat over de vloer dweilt en waar geen land meer mee te bezeilen is, kan het gevolg zijn.

 

Voorbereiding

Behalve met planning kun je ook met voorbereiding een hoop voorkomen. Als de folders binnenkomen met hierin de supermarkt aanbiedingen, neem deze dan eens door met je kind. Maak een feest van boodschappen doen door hem wat inspraak in (een deel van) wat jullie gaan kopen te geven. Ga samenwerken door hem een avond het eten uit te laten kiezen / geef hem keuze uit een aantal dingen. Knip of scheur afbeeldingen uit die jullie gaan kopen in de supermarkt en plak deze op een vel, evt. op volgorde van afwerken als jullie in de winkel zijn.

 

Kondig het aan als jullie boodschappen gaan doen; vertel bijvoorbeeld de dag ervoor dat jullie de lijst met spullen die jullie verzameld en opgeplakt hebben, morgen gaan kopen en dat je zijn hulp nodig hebt.

Maak afspraken als jullie in de supermarkt zijn zoals bijvoorbeeld:

~Jij gaat mama helpen om alle spulletjes te vinden toch? Dat lukt mama niet alleen hoor! Daar heeft mama jou voor nodig!

~Jij bent vandaag de chauffeur van de winkelwagen; jij mag zorgen dat hij nergens tegenaan botst!

~Jij mag de spulletjes van de lijst opzoeken en in de kar doen! Mama weet niet waar alles ligt, dus ik heb jouw hulp nodig!

~etc.

Probeer een spel te maken van het boodschappen doen en probeer vooral de focus te houden op waar je mee bezig bent. Gezien de hoeveelheid prikkels zal je kind de neiging hebben om zich toch te laten verleiden.

Afspraken en consequent zijn

Maak van te voren ook afspraken met je kind over de ‘gedragsregels’ in de supermarkt. Wees duidelijk over wat je wel en niet mag. Geef bij het maken van afspraken max. 2 opties waaruit je kind kan kiezen en hou hem daaraan. Probeer ook hier creatief te zijn, door niet in de machtsstrijd te komen van wat wel en niet mag. Wordt niet boos als het je kind (nog) niet lukt om afspraken na te komen. Alles is een leerproces en de supermarkt ‘heelhuids’ en lachend doorkomen is een grote uitdaging!

 

Een voorbeeld van een gedragsregel (afspraak) met consequentie:

Spreek met je kind af dat hij niet weg mag (rennen) bij de winkelwagen. Er kunnen grote hoge wagens met nieuwe spullen in de winkel rijden die hem niet zien. Bovendien kan er glas op de grond liggen, mocht hij vallen kan hij zich extra zeer doen. Als hij toch wegrent, benoem je 1 keer en geef je als consequentie dat als hij niet bij de winkelwagen blijft hij in de wagen gaat. Spreek hem aan op zijn hoogte, dus op je knieën. Je geeft hem dus nogmaals de kans om zijn gedrag aan te passen. Help hem bij het nakomen van de afspraak bijvoorbeeld door hem te helpen focussen op wat hij zoekt van de lijst. Probeer steeds nadruk te blijven leggen op wat goed gaat, prijs wat hij goed doet en de goede hulp die hij voor je is.

Als het ook de tweede keer niet lukt om bij de wagen te blijven (wat er dik inzit, gezien de vele verleidingen en afleidingen) voer je uit wat je als consequentie gesteld hebt. Probeer niet boos te worden, probeer je afspraak na te komen. Uiteraard mag hij dan nog steeds meehelpen, hij mag alleen niet zelf meer lopen. Blijf hem gewoon betrekken bij het boodschappen doen, geef aan dat het jammer is dat het niet gelukt is, maar dat jullie het de volgende keer weer proberen. Leg weer de nadruk op wat wel goed gegaan is, op hoe goed hij helpt / hoe lang hij het volgehouden heeft.

Boos

Als je kind boos is omdat hij in de winkelwagen moet zitten, geef hem dan de ruimte. Negeer hem niet, bevestig dat je ziet dat hij boos is en dat je begrijpt waarom hij boos is. Leg hem uit dat jullie een afspraak hadden gemaakt en dat het niet gelukt is om die vol te houden. Geef aan dat hij de volgende keer weer opnieuw mag proberen om naast de winkelwagen mee te helpen met boodschappen verzamelen. Al schreeuwt / krijst hij de hele winkel bij elkaar, blijf rustig. Let op je ademhaling, blijf met twee voeten op de grond, ga niet mee in zijn gedrag. Geef niet toe, maar blijf wel in contact met je kind. Blijft bovenstaand herhalen, toon begrip voor zijn boosheid en leg alles weer opnieuw uit. Eventueel kun je beslissen de rest van de boodschappen op een later tijdstip te doen.

Grens

Trek voor jezelf een grens waarop je stopt met uitleggen, maar blijf wel in contact. Trek ook voor jezelf de grens hoever je kind wb zijn boosheid mag gaan. Erken zijn boosheid, maar accepteer niet al zijn gedrag. Wordt eventueel even functioneel boos (Ik begrijp dat je boos bent, maar de situatie is nu even niet anders. Het is nu klaar). Leidt daarna af met iets anders, iets wat hij leuk of lekker vindt, iets waarin hij weer in het nu terecht komt en de situatie even los kan laten. Bovenstaand kan natuurlijk ook gelden als je kind op de grond ligt en niet mee wil / ….

Spanningsboog

Soms is het voor kinderen heel lastig om “de grote weekboodschappen” in een keer te doen. De spanningsboog die kinderen hebben is nu eenmaal korter dan die van volwassenen. Overweeg eens om, als bovenstaand niet lukt omdat het bijvoorbeeld na 15 min. steeds misgaat, de boodschappen tijdelijk in 3 keer te doen. Zo heeft je kind de kans om te groeien in het doen van boodschappen omdat het doel beter haalbaar is.

Soms is ook de leeftijd een moeilijke factor en moet je besluiten dat het voorlopig voor alle partijen beter is om niet samen boodschappen te doen. Wacht bijvoorbeeld een mentale/fysieke groeistap af en probeer het daarna weer opnieuw…

CategorieŽn: Geen

Plaats een reactie

Oeps!

Oops, you forgot something.

Oeps!

De woorden die je hebt ingetypt komen niet overeen met de opgegeven tekst. Probeer het nogmaals.

0 reacties

UA-30913147-1